Deeltijds kunstonderwijs en VLAMO maken samen werk van een richtinggevend kader voor de alternatieve leercontext

Wat in 2014 als experiment begon, maakt sinds vorig jaar integraal deel uit van het decreet deeltijds kunstonderwijs: ‘de alternatieve leercontext’. Een soort werkplekleren voor leerlingen in kunstopleidingen. Leerlingen die dat willen en toestemming krijgen van hun directeur, kunnen voor een deel van hun opleiding terecht buiten de academie. In een amateurkunstenvereniging, een bedrijf uit de creatieve industrie of kunstambacht bijvoorbeeld. 

In principe kan elke leerling een aanvraag indienen, maar enkel als de vereniging aan vooraf bepaalde voorwaarden en kwaliteitsgaranties is voldaan, stemt de directeur van een academie in met een alternatieve leercontext. Ook de onderwijsinspectie waakt mee over de kwaliteit van het leerproces. 

Deze leerervaring buiten de schoolmuren biedt kansen. Voor de leerling: door de variatie aan speelplekken en het inspelen op tijds- en mobiliteitsvraagstukken. Voor de academie: door (nog) meer naar buiten te trekken en zo potentieel nieuwe leerlingen aan te spreken. En voor de amateurkunsten die zich uitgedaagd weten om te blijven inzetten op kwaliteitsbevordering. 

Evident is zo’n doorgedreven vorm van samenwerking niet. Er zijn valkuilen. Denk maar aan politieke inmenging die het leerproces uitholt, of het feit dat de lat niet hoog genoeg ligt voor bv. dirigenten, regisseurs of choreografen uit het amateurkunstencircuit waardoor kwaliteitseisen in het gedrang komen. 

Goede afspraken en nauwkeurige opvolging zijn nodig als we de alternatieve leercontext kans op slagen willen bieden. Daarom staken afgevaardigden van de amateurkunstensector (waaronder VLAMO) en het deeltijds kunstonderwijs (podiumkunsten) afgelopen maanden de koppen bij elkaar. We gingen zelf de uitdaging aan om elk vanuit onze bril, te zoeken naar een consensus en criteria waar beide sectoren achter staan. 

Sàmen werkten we een inspirerend model uit voor toetsingsinstrument en één voor afsprakennota. Deze richtinggevende kaders kunnen academies en amateurkunstenverenigingen houvast bieden bij hun zoektocht of de verfijning van het concept ‘alternatieve leercontext’. Om onnodige discussies te vermijden, probeerden we een lijn te krijgen in gewenste én ongewenste situaties. Uiteraard is afstemming met de concrete lokale context essentieel. En onderwijsinspectie heeft altijd het laatste woord.  Maar deze aanzet getuigt alvast van de vrijwillige bereidheid van de twee betrokken sectoren om samen te sleutelen aan een gedragen visie en uitvoering. Er is goodwill, er zijn kiemen van enthousiasme om hier iets goeds van te maken en na te denken over deze intensieve toenadering en samenwerking. Verschillende academies gingen al van start. De overige nodigen we uit om dit pad verder te exploreren, met open vizier te starten en en cours de route de kaders bij te stellen waar nodig. 

De inspiratiemodellen gaan als bijlage. Er werd ook een aparte website gemaakt over de samenwerking tussen het DKO en de amateurkunsten: www.akdko.be 

Meer tekst en uitleg, vind je hier.