Wir-ver-warring over de nieuwe vzw-wetgeving

ContactInformatie: 
sophie@vlamo.be

Op 1 mei 2019 brak "D-Day" al aan voor nieuwe vzw’s; zij moeten nu al voldoen aan de nieuwe regels van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen. Hoe zit dat nu weer, dat vzw-kluwen?

DE BELANGRIJKSTE VERANDERINGEN UITGERAFELD

Definitie

De term “vzw” staat wel degelijk voor “vereniging zonder winstoogmerk”, hoewel het hebben van een winstoogmerk in principe wél is toegestaan. Winstuitkering of een vermogensvoordeel daarentegen is wel uit den boze. Let op: voor de fiscus geldt nog steeds het criterium van bijkomstigheid voor het onderscheid bij onderwerping aan rechtspersonenbelasting of aan vennootschapsbelasting. Wanneer je dus meer dan bijkomstig commerciële activiteit uitoefent, bestaat het gevaar dat je vzw vennootschapsbelasting zal moeten betalen. Dat weegt dan weer uitdrukkelijk door op het werken met vrijwilligers, aangezien deze enkel gekoppeld kunnen worden aan het statuut van rechtspersonenbelasting. Ultiem kan er zich nog een besmettingsgevaar voordoen op de ondernemingsactiviteiten naar subsidiëring toe; die kan je, anders gezegd, dus verliezen.

Grootte

Waar het vroeger ging over “kleine”, “grote” en “zeer grote vzw’s”, gaan we nu naar “micro”, “kleine” en “andere dan kleine vzw’s”. Verwarrend? Blijf dan nog maar even zitten, want het onderscheid wordt nógmaals opgesplitst wanneer het over indiening van de jaarrekening gaat.




Oprichting

Enkele nieuwe bepalingen, zoals:

  • Je hoeft voortaan slechts met twee te zijn om een vzw op te richten
  • In de oprichtingsakte volstaat het om voornaam, naam en adres te vermelden

    + Mogelijkheid woonplaatskeuze

    + Mogelijkheid e-mailadres


    Reden van deze "gegevensinkrimping" ligt bij de GDPR-wetgeving
  • Het adres van de maatschappelijke zetel kan je het best niet in de statuten zelf zetten, wel in oprichtingsakte. Dit laat het Bestuur toe om wijzigingen aan te brengen, zonder de procedure voor statutenwijziging te moeten doorlopen. Let op: de statuten moeten wel het Gewest bepalen waarin de zetel van de rechtspersoon is gevestigd.

Bepalingen rond ”leden”

“Werkende leden” worden nu omgedoopt naar “leden”. Daarnaast blijft het met toegetreden leden nog steeds mogelijk, maar alle bepalingen (denk aan: formaliteiten, voorwaarden, rechten en plichten) moeten integraal in de statuten aangehaald worden. Waar dat vroeger kon in huishoudelijk reglement, moet dat nu dus expliciet in de statuten gezet worden.

Om dat even op te klaren:

Bepalingen rond de werking en samenstelling van de Algemene Vergadering

Zo wordt onder andere de oproepingstermijn van 8 dagen naar 15 dagen bijgesteld, en hoeft er niet langer één persoon meer in de AV te zetelen dan in het Bestuur.

Bepalingen rond de werking en samenstelling van het Bestuur

De Raad van Bestuur verliest lettergrepen; voortaan gaat dat orgaan als het Bestuur door het leven. Per verloren lettergreep komt er een bepaling voor in de plaats, zoals de wetgeving bijvoorbeeld voorziet in een belangenconflictregeling en de mogelijkheid van coöptatie (die dient dan statutair voorzien te worden). Daarnaast heeft het Bestuur de bevoegdheid (en de keuze) tot het uitvaardigen van een “intern reglement” – het oude huishoudelijk reglement. Ook dat zal statutair voorzien moeten worden. 

Bepalingen rond de werking en samenstelling van het Dagelijks Bestuur

Voor het eerst wordt deze wettelijk gedefinieerd en krijgt daarbij een meer concrete rol toegewezen.

Link met de Insolventiewet

De insolventiewetgeving beschouwt vzw’s als “ondernemingen”, waardoor ze ook failliet kunnen gaan (dat kon vroeger niet). Hierin wordt eveneens bepaald dat bestuurders aansprakelijk gesteld kunnen worden voor een kennelijk grove fout die heeft bijgedragen tot het faillissement. Dat maakt er bijkomende verantwoordelijkheden opduiken wanneer een vzw richting een faillissement afstevent; zij dient dan tijdig in te grijpen ter voorkoming van dat scenario.


Bepalingen rond bestuurdersaansprakelijkheid

De hervorming van het insolventierecht, sinds 1 mei 2018, is onlosmakelijk verbonden met de nieuwe, algemene bestuurdersaansprakelijkheid en de beperking ervan. Zo formuleert de nieuwe insolventiewet expliciet een aantal gronden voor mogelijke bestuurdersaansprakelijkheid, en werd de algemene aansprakelijkheid tot kwantitatieve caps beperkt.

Deze aansprakelijkheid wordt beperkt tot caps, en enkel wanneer het om “toevallige, lichte fouten” gaat. Die caps zien er zo uit: 

  • € 125.000 voor rechtspersonen met een gemiddelde jaaromzet van minder dan € 350.000 (exclusief BTW) en een gemiddeld balanstotaal van maximum € 175.000
  • € 250.000 voor rechtspersonen met een gemiddelde jaaromzet van minder dan € 700.000 (exclusief BTW) en een gemiddeld balanstotaal van maximum € 350.000
  • € 1.000.000 voor rechtspersonen met een gemiddelde jaaromzet van minder dan € 9.000.000 (exclusief BTW) en een gemiddeld balanstotaal van maximum € 4.500.000

De aansprakelijkheidsbeperking voor bestuurders geldt niet in volgende gevallen:

  • Herhaaldelijke (niet-toevallige) lichte fouten, zware fout en persoonlijk bedrieglijk opzet of oogmerk om te schaden.
  • Hoofdelijke aansprakelijkheid voor onbetaalde sociale bijdragen, BTW en bedrijfsvoorheffing.

Het sluiten van een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering blijft dan ook meer dan nuttig. Gelukkig voorziet VLAMO in een verzekeringsoplossing “Bestuurdersaansprakelijkheid” – die zowel de burgerrechtelijke, strafrechtelijke, als administratieve vorderingen denkt tegen de bestuursleden of de directie. Meer over de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering lees je hier: www.vlamo.be/verzekering, en/of neem contact op met verzekeringen@vlamo.be voor verdere inlichtingen.

TICK TOCK VZW O’CLOCK