Gent, 9 juni 2024

Ik word wakker door een door mijn dakraam priemende zonnestraal op mijn voorhoofd. Het is zondag, dus uitslapen mag, doch de dag wordt blijkbaar te mooi om mij nog langer in bed te vermeien.

Vlug een douche, de restanten van de baguette van gisteravond met heerlijke appelsienenmarmelade, een Nespresso, de zomerse kleren aan en de voordeur slaat reeds achter mij dicht.

Weer openmaken, kiesbrief vergeten, en dan lichtjes fluitend de stad in.

De plannen voor vandaag zijn duidelijk: eerst de burgerplicht vervullen, dan naar het champagnekraam op de Kouter, daarna naar mijn lievelingsrestaurant waar mijn zondagse date reeds op mij wacht, en mij tot slot laten drijven op de inspiratie van de dag en de wensen van de date.

Van het drinken van champagne is niets in huis gekomen. 

Niet dat mijn tred te sloom is, of dat geklungel in het kiesbureau mij heeft opgehouden, vanuit de Zonnestraat de Kouter op komend, word ik door bijna zwoele muzikale klanken en schetterende trompetjes onweerstaanbaar naar de kiosk gezogen, en vind nog net een beschaduwde lege stoel.

De sirenezang blijkt door ene Franz von Suppé als ode aan een lichte cavalerie geschreven, zo lees ik in een programmablaadje dat een vriendelijke dame mij in de hand stopt.

Hoewel soms wat zwaarwichtig en theatraal in stukken als Braveheart, nemen mijn oren alle andere zintuigen over, inbegrepen de hang naar sprankelende alcohol, en samen met velen, allen met een genietende glimlach, herken ik zonder te spieken inmiddels klassiek geworden Morricone-tunes en Queen-hits, voortreffelijk gebracht door “De Neerschelde” onder leiding van Lieven Dobbelaere, zo lees ik nog even tussen de muziek door.

Bij de uitvoering van Riverdance willen de benen, gedreven door het enthousiasme van de aanwezigen, ook van de velen die alles rechtstaand meemaken, zelfs meedoen.

En plots springen alle oudere stadsgenoten, blijkbaar regelmatige bezoekers van deze zondagvoormiddagse VLAMO-concerten, recht op de inzet van “Klokke Roeland” en zingen ze de tekst van Alfred Rodenbach moeiteloos mee.

De afscheidsgroet van de muzikanten brengt mij terug naar de weliswaar voor vandaag nog veelbelovende werkelijkheid, in een opwelling koop ik nog vlug een bloemetje voor de lieve dame van straks en loop ietwat beschaamd het champagnekraam voorbij waar de habitués onterecht vermoeden dat ik mij deze keer verslapen heb en straks de champagneshots zal missen.

Weten zij veel van mijn genotvolle muzikale voormiddag, een gespreksonderwerp voor straks hoef ik niet meer te zoeken.